Nou had ik een jaar of wat terug al eens een optreden ingevallen voor Simon, maar toen ze mij rond november vertelden dat het om een half jaar ging moest ik wel even slikken. Zou dat wel goed gaan? Bovendien had de band in de tussentijd vrijwel het gehele repertoire ververst, waardoor ik weer helemaal overnieuw mocht beginnen met het in mijn hoofd stampen van tig liedjes die toch al zoveel op elkaar lijken… Een half jaar, 14 optredens en géén bob-beurten (!) verder moet ik zeggen dat ik het niet had willen missen. Als fervente rocker met dito optredens als bagage heb ik mijn ogen uitgekeken naar de locaties, het publiek en vooral de lengtes van de optredens. Een beetje rockartiest vindt zichzelf al een hele bink als hij een optreden van een uur volgespeeld krijgt. Die Folkaholic-gigs van drie keer drie kwartier waren dus behoorlijk zweten. Daar staat tegenover dat ik wel op plaatsen heb gestaan waar je als één uit de honderdduizend rockbandjes niet zo snel terecht komt.
Wat te zeggen van midden op het bloody Spui-plein met als uitzicht het gigantische gemeentehuis van Den Haag (dat overigens het gebruik het gloednieuwe echoapparaat van de band volstrekt overbodig maakte), of het Chassé-theater in Breda dat in de kelder een artiestencafé had die op zichzelf al groter was dan menig café waar ik heb opgetreden. Om nog maar te zwijgen van het geheel verzorgde weekend in de Rijnhal in Arnhem, voor een publiek dat uitsluitend bestond uit duiveltjes, elfjes en mensen in kledij uit tijdperken waar ik het bestaan nog niet eens van wist. Bij deze laatste kon ik eenmalig mijn ware aard laten zien. De metalband die al het hele weekend een set speelde precies voordat wij het podium op mochten was zo vriendelijk om mij – zonder medeweten van de Folkaholics – een hevig scheurende gitaar beschikbaar te stellen. Toen ik hiermee bij het nummer Drunken Lullabies ineens inviel waren de geschrokken gezichten van de band toch wel van de categorie ‘Priceless’.
Ook het optreden in hometown Veldhoven in het na-programma van Pater Moeskroen was onvergetelijk. Nu was het niet voor het eerst dat ik liedjes coverde van andere bands, zeker niet met de Folkaholics. Echter zodra wij het nummer Honderd inzetten – dat van Pater Moeskroen is – terwijl die band zelf toekeek was mijn hand toch wat minder vast dan anders. Het feit dat de heren van Pater Moeskroen vervolgens spontaan begonnen mee te zingen zorgde voor een ervaring die ik niet snel meer zal vergeten. Ik kan niet wachten tot ik weer eens een cover van de Foo Fighters ten gehore mag brengen, in de hoop dat zij dan ook toevallig in de buurt zijn…
Maar het meest bijzondere optreden dat ik in dit halfjaar heb mogen meemaken was tevens het allerlaatste. Samen met het Stratums Muziekkorps stonden we naast het Parktheater in de openluchtkiosk. Wat me hiervan het meeste bijstaat is dat dit mij een geheel nieuwe invulling heeft gegeven aan het woord ‘weggeblazen’. Daar kan mijn gitaarversterker met het volume op 11 nog niet tegenop! Dat op deze regenachtige dag net bij óns optreden de zon doorbrak spreekt uiteraard voor zich.
De cultureshock ging voor mij echter verder dan alleen de locaties van de optredens. Nooit eerder had ik midden in een optreden volledige gesprekken kunnen voeren met mijn bandgenoten. Bij gebrek aan ervaring hiermee heeft dat dan ook geleid tot de nodige misgrepen op de hals van mijn gitaar. Hoe doen die jongens dat toch?! Het feit dat ik ook meteen Simons a capella couplet van Monto over moest nemen leverde ook zo zijn complicaties op. Zo werd de ‘growler’ waar Butcher Foster naar fluit in dit couplet al vrij snel een ‘Schnautzer’ en de driekwarts maat waarmee Joris mij begeleidde maakte het geheel ook niet bepaald eenvoudiger. Nog bedankt daarvoor.
Bovendien waren de vertrektijden toch op zijn minst niet echt rock ’n’ roll te noemen: zie je Ozzy Osbourne al om acht uur ’s ochtends de auto inspringen (nou ja, wankelen) voor een optreden? Privéjets niet meegerekend.
Bij de traditionele nazit (lees: nazuip) dacht ik nog heel even “hey, bekend terrein, dat kan ik tenminste!”. Binnen enkele ogenblikken hadden de Folks mij echter fijntjes laten zien dat ik zelfs op dát gebied nog aardig wat te leren had.
Over de heen- en terugritten naar en van de optredens – die af en toe behoorlijk wat tijd in beslag namen, bijvoorbeeld wanneer Frans er weer eens voor koos het fietspad te nemen in plaats van de openbare weg - heb ik verder weinig toe te voegen aangezien ik deze voornamelijk slapend heb doorgebracht.
Een behoorlijk bewogen half jaar dus en aardig wat nieuwe – al dan niet absurde – ervaringen rijker. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik nu niet kan wachten om met mijn nieuwe rock ’n’ roll bandje ‘Alterskin’ weer eens ouderwets gas te geven op een gammel podium in een aftands jeugdhonk in the middle of nowhere – zonder ondertussen met mijn bandleden te hoeven praten…
Rick