Dat “ergens anders” blijkt Tony’s Wok Away te zijn, op de hoek van het Stratumseind. Mocht u ooit in het centrum van Eindhoven de behoefte voelen uzelf tegoed te doen aan een goedkope en snelle doch voedzame en smakelijke maaltijd, dan is Tony’s Wok Away wat mij betreft een regelrechte aanrader. Voor luttele euri ontvang ik een bak vol bami, groenten en varkensvlees, doordrenkt met een of andere onuitspreekbare Japanse saus die mijn gehemelte zo vakkundig in vuur en vlam weet te zetten dat ik tijdelijk even helemaal niks kan uitspreken. Reken maar dat ik dus zo meteen ergens een ijsco vandaan ga zien te halen, voordat ik de rest van de avond met een brandende bakkes moet blijven rondlopen.
Gelukkig bevindt zich schuin tegenover Tony’s Wok Away de legendarische friettent annex vreetschuur “De Hoek”. Daar zullen ze vast wel een ijsco hebben. En inderdaad, ondanks dat het hartje winter is staat de softijs-machine gewoon aan, zodat ik een grote oubliehoorn met nootjes kan bestellen. En terwijl een vriendelijke meneer bezig is mijn oubliehoorn te vullen met ijs, kijk ik eens naar de immense stapels frikadellen en kroketten die voor mijn neus in de vitrine liggen. Men verwacht blijkbaar nogal wat klandizie vanavond. Maar ja, wat wil je: het is zaterdagavond op het Stratumseind. Een drukkere tijd en plaats voor een friettent is wel haast niet denkbaar. En terwijl ik mijn ijsco aanneem gaan mijn gedachten terug naar nachten dat ik op dezelfde plek stond, tussen allemaal dronken en schreeuwerige jongemannen die uit alle macht probeerden voor te dringen teneinde zo snel mogelijk een grote friet speciaal of een broodje döner te bemachtigen. Wat dat betreft kun je hier maar beter vroeg in de avond komen dan vroeg in de ochtend. Is wel zo comfortabel.
Op het gemak slenteren we terug naar het Parktheater, alwaar Linda een verrassing voor ons in petto heeft: omdat ze eergisteren jarig was, heeft ze gebak meegenomen voor bij de koffie! Van onder een laag aluminiumfolie komt een schaal vol met eenpersoons appelgebakjes te voorschijn. “In een aantal zit een scheut whiskey verwerkt, voor de liefhebbers,” zegt ze. Nou, dan doe mij die maar! Ik hoef toch niet te rijden. Intussen is er overigens wel onduidelijkheid ontstaan over de speeltijden. Van tevoren kreeg ik door dat we in Rapalje’s pauze veertig minuten zouden spelen en naderhand nog een uur. Volgens de merchandise-juffrouw van Rapalje duurt de pauze echter maar een minuut of twintig. Zie je nou wel, zeg ik tegen het management, ik vond veertig minuten al veel voor een pauze! Maar dan wordt de verwarring alleen maar groter als de barvrouw van dienst desgevraagd verklaart dat de pauze toch echt veertig minuten zal duren. Ja, nou snap ik er al helemaal niks meer van. Nou ja, als de pauze begint dan beginnen wij gewoon bovenaan de setlijst en we kijken wel hoe ver we komen.
Even later, als het appelgebak allang op is, komen er allemaal mensen de foyer binnenstromen: voor ons het teken om van start te gaan. De sfeer zit er meteen goed in, het publiek is enthousiast en wij ook, dus dat zit wel goed. Maar dan gebeurt er iets vreemds: een verdieping boven ons verschijnen ineens allemaal mensen die nieuwsgierig over de balustrade van de bovenfoyer leunen om te kijken wat daar beneden toch allemaal aan de hand is. Ook dalen een hoop mensen van de trappen af richting de benedenfoyer waar wij staan, met als gevolg dat die binnen de kortste keren ramvol staat met theaterbezoekers. Maar waar die mensen allemaal vandaan komen? En dan ineens schiet het mij te binnen: in de grote zaal speelt vanavond het Lichtstad Revuetheater en die zullen nu ook wel pauze hebben. Toch mooi dat die mensen ook naar ons komen luisteren. En wat een mooie trap! Ik denk dat ik al weet waar ik vanavond mijn solo’s ga weggeven…
Maar dan klinkt het signaal dat zowel treinreizigers als theater- of zwembadbezoekers overbekend in de oren klinkt: een wat zweverige drieklank met iets te veel galm, die het nakende begin van een voorstelling aankondigt. Halverwege I’m Into Folk, dat wel. Bovendien zijn we pas twintig minuten onderweg. Nou ja, is dat mysterie ook weer opgelost. Probleem is echter dat lang niet iedereen zich zomaar laat wegjagen en een Parktheatermeneer verzoekt ons dan ook met klem om het spelen te staken, in de hoop dat ook de meest hardnekkige folk ‘n’ loll liefhebbers zich toch terug naar de zaal begeven. Meedenkend als we zijn breien we er even snel een eind aan, vertellen nog even dat we na de voorstelling nog een uurtje zullen spelen en maken ons op voor het eerste pilske. Maar dan komt diezelfde Parktheatermeneer ineens hooglijk verbaasd op ons af gestormd met de vraag waarom wij nou ineens van het podium af stappen. De pauze is nog niet afgelopen hoor! Ik kijk om me heen en zie de foyer nog halfvol staan. En dan ineens valt het kwartje. Het Lichtstad Revuetheater heeft nog pauze en nu we hier toch zijn heeft de Parktheatermeneer natuurlijk graag dat wij die mensen ook nog even vermaken. Vandaar natuurlijk die veertig minuten, dat had eigenlijk twee keer twintig minuten moeten zijn! Terug het podium op dan maar, en gewoon doorgaan waar we gebleven waren. Dat pilske moet dan maar even wachten. Het is niet anders.
Overigens werd deze geleden schade later op de avond nog ruimschoots ingehaald, waarbij vooral Linda het zich bijzonder goed liet smaken. Verdere details kunnen uit ethisch oogpunt beter achterwege worden gelaten, maar laat ik u zeggen dat vijf en een halve Hoegaarden stevig aan kunnen komen…
Mark