We worden keurig netjes opgevangen door een keurig nette meneer die ons keurig netjes uitlegt dat als we de rode pijlen volgen waar onze naam op staat, we vanzelf keurig netjes in Lokaal 31 uitkomen. Ik moet moeite doen om niet in de lach te schieten, want wie noemt zijn theaterzaal nou “Lokaal 31”? Maar een lange gang, een trap omhoog en nog een lange gang later vergaat het lachen mij al snel als blijkt dat de keurig nette meneer met “Lokaal 31” ook echt een lokaal bedoelde. Een leslokaal dus! Blijkt dus (wisten wij veel) dat op de bovenverdieping van het theater de plaatselijke muziekschool is gevestigd, een beetje zoals ze dat bij ons in de Kempen ook regelmatig doen. En wij spelen dus vanavond in lokaal 31. In eerste instantie staat het idee me absoluut niet aan, ik breng tenslotte al een groot deel van de week door in diverse leslokalen dus om nou ook nog in het weekend… nee dat lijkt me niks. En dan hebben ze het lokaal ook nog eens vol gezet met houten klapstoeltjes, hetgeen voor ons een duidelijke aanwijzing is voor wat betreft het soort publiek van de avond. Luisterpubliek in een leslokaal. Dat wordt weinig passie, vrees ik.
Toch is er nog hoop. Ons is namelijk een gezamenlijke avondmaaltijd met alle artiesten beloofd en er schijnen vanavond ook tango- en salsadanseressen op te treden, dus u begrijpt dat wij dat wel zien zitten. Ze zullen dit tenslotte wel niet voor niks de “Nacht van de Passie” noemen, toch? Als we bijna klaar zijn met opbouwen komt daar het verlossende woord van de eerder vernoemde keurig nette meneer: het eten is er en staat beneden in de foyer koud te worden. Met andere woorden: als we nog een vorkje willen meeprikken dan moeten we verdorie op gaan schieten anders vreten de mannen van Rapalje alles op. Dat laten wij ons uiteraard geen twee keer zeggen en voor we het goed en wel in de gaten hebben, zitten we aan tafel. Een beetje schuchter kijken we om ons heen: waar blijven die mooie danseressen nou toch? Er zitten wel een paar enigszins bedaagde dames aan het tafeltje naast ons maar die vallen nou niet bepaald in de categorie die wij voor ogen hadden. Maar dan dringt ineens tot me door dat deze Nacht in de verste verte niets met Passie van doen heeft. We eten vanavond Chinees, het zal dus wel de Nacht van de “Nasi” zijn… Overigens werden de grappen er gedurende de maaltijd bepaald niet beter op. Details zal ik u besparen, maar laat ik zeggen dat het niet altijd leuk is om Folkaholic te zijn.
Na de maag en een deel van de slokdarm helemaal vol te hebben gemetseld met allerhande Chinese specialiteiten sjokken we op het gemak terug de trap omhoog, terug naar lokaal 31. Als omkleedruimte hebben we het naastgelegen docentenkamertje van de muziekschool ter beschikking gekregen, alwaar Pim in recordtempo het koffiezetapparaat weet te lokaliseren en binnen een mum van tijd stijgt de geur van veel te sterke koffie mij naar het hoofd. Koffie met mes en vork, zeg maar. Dat kunnen we wel gebruiken na die slappe grappen van tijdens het eten. Ondertussen voeren we koortsachtig overleg over de te voeren strategie. Want zitpubliek, daar houden wij over het algemeen niet zo van. Besloten wordt om alle stoeltjes op te klappen en tegen de muur te zetten zodat we ruimte creëren voor mensen om in te dansen. Iedereen die dan toch per se wil zitten luisteren kan er dan zelf een stoel bij pakken. Klinkt als een plan. Ware het niet dat de mensen van het theater er even later niet zo over te spreken zijn dat wij de stoelen hebben opgeruimd. Dat sluit absoluut niet aan bij hun publiek, beweert men. Omdat wij vervolgens beweren dat een lokaal vol met stoelen absoluut niet aansluit bij onze muziek, wordt uiteindelijk besloten tot een compromis: we zetten enkele stoelen terug. Mocht dit nou niet genoeg zijn dan kunnen de mensen altijd nog zelf extra stoelen neerzetten. Wij blij, theater blij, iedereen gelukkig. Speuluh, zeg ik.
Op het afgesproken begintijdstip zijn bijna alle twaalf de teruggezette stoelen inmiddels bezet. De rest van het lokaal is echter nog leeg. Maar dat geeft niet, als we nou maar gewoon beginnen dan horen de mensen vanzelf dat hier in het lokaal iets aan de hand is en dan komen ze echt wel even polsstokhoogte nemen. Al bij al ben ik inmiddels trouwens behoorlijk flauw geworden van heel de situatie en ik kan het dan ook niet laten om meteen tijdens het eerste couplet van Streams of Whiskey, ons openingsnummer waarin ik alleen aan het begin, ergens halverwege en aan het eind een keertje meespeel, heel opzichtig een stoel van de muur te pakken, die midden in het lokaal ergens neer te zetten en er mezelf uitgebreid op neer te vlijen. Deze actie sorteert echter een tweedelig effect bij het aanwezige en binnendruppelende publiek: enerzijds krijg ik de lachers op mijn hand, hetgeen natuurlijk mijn bedoeling was, maar anderzijds menen al die binnendruppelaars mijn voorbeeld te moeten volgen en vooraleer ik goed en wel in de gaten heb wat er allemaal gebeurt, staat het halve lokaal alweer vol met gevulde klapstoeltjes. Vertwijfeld kijk ik om me heen en zie wat ik heb aangericht. Hebben we verdorie toch nog zitpubliek vanavond. Nou ja, we proberen er maar weer eens het beste van te maken. Passievol spelen enzo. Maar al gauw merken we dat dit dan misschien wel zitpubliek is, maar dat ze in enthousiasme weinig onderdoen voor menig kroeg- en festivalbezoeker. Het lijkt wel alsof we met elk nummer dat we spelen steeds net iets meer applaus oogsten en ook de traditionele Folkaholics-flauwekul valt enorm in de smaak. Die mensen denken toch zeker niet dat wij een theatergezelschap zijn? Alhoewel, het begint er wel steeds meer op te lijken. Aangestoken door het enthousiasme van het publiek en elkaars meligheid strooien we met flauwe grappen en woordspelingen zodat het bijna muziekcabaret is wat we doen. En ondertussen blijven de mensen maar binnendruppelen, totdat de stoelen en daarmee ook de beschikbare ruimte helemaal op zijn. Later hoor ik van Babs dat de mensen tot rijendik op de gang stonden om dan tenminste onze muziek nog mee te krijgen. Een geslaagde avond dus, die gelukkig totaal anders uitpakte dan dat ik dacht toen ik voor het eerst voet zette in lokaal 31. Waar een Chinese maaltijd al niet goed voor kan zijn…
Mark