Op weg dus naar Leiden, meer bepaald naar de Pieterskerk alwaar men dit weekend het Temple of Fantasy Festival organiseert. En ik moet bekennen: ik heb zo mijn twijfels. Afgelopen week kreeg ik bij de naam “Temple of Fantasy” namelijk visioenen van mensen die regelmatig op zondagochtend om half zes in Elfen- en Ork-kledij bijeenkomen op de Strabrechtse Heide om elkaar zogenaamd de hersens in te slaan, om vervolgens gebroederlijk een kopje brandnetelthee te nuttigen rond het kampvuur. En ik weet dat ik me niet door vooroordelen moet laten leiden maar dat valt voorwaar niet mee. Alhoewel, als ik me open opstel kan ik me wellicht nog positief laten verrassen vandaag. We zullen zien.
Op het moment dat wij de autosnelweg verlaten en aansluiten in de file die op de toegangsweg naar Leiden staat, voel ik vibratie in de broekzak. Frans belt met de mededeling dat de andere auto inmiddels bij de Pieterskerk is gearriveerd en informeert meteen waar wij intussen uithangen. Nadat ik hem eerst heb proberen wijsmaken dat wij nou pas net uit Veldhoven vertrekken omdat Simon’s trein vertraging had en het daarbij heel even lijkt alsof Frans erin trapt, vertel ik hem onze huidige positie. “Dat valt mee,” zegt Frans, die er eveneens duidelijk niet vanuit was gegaan dat Ben op tijd zou zijn. “Nou dan zien we jullie zo wel, maar pas op: het centrum van Leiden is één en al eenrichtingsweg. Succes!” Bemoedigende woorden. Maar ach, te laat zullen we niet komen…
Dat Frans niks te veel gezegd heeft blijkt een klein halfuurtje later als we het centrum van Leiden eenmaal hebben bereikt. Na een aantal keer op-en-neer gekrioeld te hebben is Ben het echter helemaal zat. Hij herinnert zich blijkbaar zijn rijlessen in Macedonië en Albanië weer en nog voordat Twan “Pláánkgáás!” heeft kunnen roepen, stuurt Mr. Greening de Nissan Patrol inclusief aanhanger tegen het verkeer in de busbaan op. Wij houden ons hart vast en ons vingers gekruist want er zou nu maar eens een bus aankomen zeg. B.A. Greening manoeuvreert zich intussen zonder al te veel moeite tussen de fietsers door en na een kleine vijfhonderd meter kunnen we godzijdank rechtsaf een zijstraatje in, enkele Leidenaren stomverbaasd achterlatend. Het is een manier om je bestemming bereiken, en misschien nog wel de meest efficiënte ook.
Niet heel lang daarna betreden ook wij de Pieterskerk, een machtig grote tot evenementenhal gepromoveerde laat-gotische kerk waar elke voetstap een galm veroorzaakt waar het gemiddelde Alpendorpje stikjaloers op zou worden. Zo wordt de band’s meest recente aanwinst, een digital reverb effect processor voor de broodnodige galmpjes uit onze speakers, ook weer enigszins in proporties geplaatst. Weggegooid geld dus. Op het podium in het midden van de kerk zijn intussen onze Groningse vrienden bezig hun kunsten tentoon te spreiden, terwijl op de plek waar vroeger ongetwijfeld enkele tientallen kerkbanken stonden momenteel een groepje festivalbezoekers enthousiast staat te dansen. De sfeer zit er al goed in. Aan weerszijden van het podium- en dansvloergedeelte staan verschillende rijen marktkramen opgesteld, waar je de merkwaardigste dingen kunt kopen, van Elfenoutfits (krijg ik dus toch gelijk) en exotische bordspelen tot voodoopoppetjes en wierook. En met de wierook zijn ze niet zuinig geweest vandaag, dat valt duidelijk niet onder het bekende rookverbod. Ik heb me trouwens in heel mijn leven nog niet zo normaal gevoeld als vandaag, maar dat terzijde.
Het is nog relatief vroeg, dus een bakkie koffie gaat er wel in. Maar veel tijd om te relaxen is er niet, de Groningers zijn al bijna klaar en wij moeten meteen daarna beginnen met opbouwen. En onze spullen zitten nog in de aanhanger, dus dat wordt opschieten. Gelukkig mogen wij voor het laden en lossen gebruik maken van de achterdeur-die-niet-open-mag. Nou ja, eigenlijk mogen wij dat helemaal niet maar wij zijn nou eenmaal de band. En we zijn laat, dus even lief lachen daar de plaatselijke autoriteiten en hup, die deur open. Buiten is de regen inmiddels overgegaan in natte sneeuw, waardoor het sjouwen er nog minder aangenaam op wordt en ik nog meer zin in koffie begin te krijgen. Direct na opbouw en soundcheck schenk ik mezelf dan ook een goeie bak in en probeer me vervolgens tussen de noorderlingen door richting een stoel te slalommen. Maar ik zit nog geen halve minuut of ik krijg de mededeling naar mijn hoofd geslingerd dat we NU moeten beginnen. Ja maar mijn koffie is nog niet op. “Dan neem je die maar mee het podium op!” Op zich wel toepasselijk: een Folkaholic met koffie op het podium. Dat is tenslotte vloeken in…
Wat een galm! Joris controleert voor de zekerheid nog één keer of zijn grote trom het wel doet en meteen trilt het glas in het lood. En na de opmerking van Pim dat iedereen die voor het zingen de kerk uit wilde nu toch echt op moet gaan schieten, kunnen we van start. Het is wel een belevenis hoor, spelen in zo’n galmbak. Je hoort jezelf van alle kanten terug en ik moet me in het begin dan ook enorm focussen om het verschil te horen tussen wat ik nou eigenlijk zelf speel en wat ik als galm van mezelf terughoor. Maar na een paar nummers begin ik daaraan gewend te raken en speel ik weer als vanzelf. De Elfadepten maken er intussen een gezellig dansfeestje van voor onze neus en ik begin een donkerbruin vermoeden te krijgen dat ik mijn mening over deze mensen drastisch moet gaan bijstellen. Gezellige mensen, goede dansers. Een genot om voor te spelen.
Na een uurtje zit het er voor ons alweer op en na vliegensvlug het podium vrijgemaakt te hebben voor de tweede set van de mannen uit het hoge noorden ben ik van plan om uitgebreid te gaan genieten van een welverdiende pint. Maar helaas, het mag niet zo zijn. Want zo snel als Ben vanmiddag aanwezig was, zo snel wil hij ook weer uit Leiden vertrekken want hij heeft nog plannen vanavond. Met als gevolg dat Twan en ik halsoverkop nog even onze consumptiebonnen en onze tegoedbon-voor-een-maaltijd moeten gaan verzilveren, voordat Ben zonder ons de busbaan terug naar huis neemt. Alles bij elkaar zijn we maar kort in de Pieterskerk geweest, het was een beetje een “hit-and-run” optreden. Maar toch, we hebben weer een vermakelijke middag gehad waarbij ik als kers op de appelmoes nog een hardnekkig vooroordeel heb kunnen weerleggen. Ik mag ze wel, die Elfen.
Mark