O’Carolan’s Irish Pub in Bergen op Zoom kan moeiteloos mee in de top vijf van moeilijk vindbare locaties. Want na eerst enkele malen kriskras door hartje Bergen op Zoom te zijn gereden, worden we door een vriendelijke voorbijganger verwezen naar het pleintje waar we al zo’n slordige drie of vier keer voorbij zijn gescheurd maar waar zich naar verluidt wel een zekere Ierse pub schijnt te bevinden. En inderdaad: aan de rand van het pleintje, net niet te zien als je langs het pleintje af rijdt, ontwaren wij een Murphy’s-uithangbord. Daar zou het best eens kunnen zijn. Ik stap uit om poolshoogte te nemen. “O’Carolan’s”, lees ik op de gevel en ik begin te vermoeden dat we goed zitten. En als ik dan ook nog eens enkele overbekende gezichten ontwaar aan de bar durf ik de gok wel aan: we zijn er.
O’Carolan’s is een pub zoals een pub behoort te zijn, dat wil zeggen: waanzinnig klein. Ik heb nu al het idee dat de kroeg lekker vol staat en volgens mij zijn er inclusief wijzelf nog geen twintig mensen binnen. Dat belooft nog wat voor vanavond. Maar gelukkig heeft Kelly, de eigenaar, daar iets op gevonden: hij heeft een bovenverdieping waar ook mensen kunnen zitten en die gewoon bij de kroeg hoort en bovendien heeft hij de toiletten niet op de begane grond maar in de kelder geplaatst. Slimme man.
Overigens is onze slimme man er op het moment niet, hij zit te eten. En dat is verdorie jammer, aangezien we volgens de dienstdoende barman alle praktische zaken met hem moeten regelen. Dus besluiten we om in de tussentijd dan maar alvast zijn kroeg vol te zetten met al onze spulletjes. Bijkomend voordeel daarvan is dat Joris dan tenminste de auto en de aanhanger kan verplaatsen naar een plek waar je wel mag parkeren, in tegenstelling tot het pleintje waar we zijn uitgestapt. Vele handen maken echter niet altijd licht werk en bovendien kampen we nu al met een gigantisch ruimtegebrek: O’Carolan’s heeft niet genoeg vrij vloeroppervlak om al onze spullen uit te stallen. Dat geeft niet, dan nemen we de bovenverdieping er gewoon bij. Mooie plek trouwens om het mengpaneel neer te zetten, kan Linda zich ook eens boven ons verheven voelen. Is weer eens wat anders.
Als de grote baas ook het toetje achter zijn kiezen heeft weg weten te moffelen en wij enkele mooie afspraken met hem hebben gemaakt (“Ja, je mag die stopcontacten gebruiken en nee, jullie hebben geen eigen kleedkamer maar kleed je gerust om in de keuken”) kunnen we aan de slag. En dat valt nog niet mee, een podium opbouwen als het podium niet alleen erg klein maar ook nog moeilijk te bereiken is. Het duurt allemaal iets langer dan anders omdat we elkaar voortdurend voor de voeten lopen met alle, af en toe uiterst pijnlijke, gevolgen van dien. Maar goed daar ben je vrienden voor, dus na de ander eens flink uitgekafferd te hebben kun je gewoon doorgaan met rotzooien alsof er niks gebeurd is. En dat werkt het beste.
Hoe smal het eigenlijk allemaal is blijkt pas goed bij de soundcheck. We kunnen namelijk niet eens met ons zevenen tegelijk op het podium staan, waardoor Frans zich genoodzaakt ziet voor het podium post te vatten. Op zich natuurlijk handig bekeken van hem, want daarmee staat hij van alle bandleden verreweg het dichtst bij de bar. Maar zelfs met zes man is het dringen geblazen op het podium en ik heb het bange voorgevoel dat als ik iets te hard met mijn ogen knipper dat Twan dan aan de andere kant van het podium af lazert. Alhoewel ook hij eigenlijk geen kant op kan aangezien de kroeg inmiddels afgeladen vol staat met mensen die overduidelijk zin hebben in een feestje. En tja, een feestje in een Ierse pub, dat is natuurlijk een kolfje naar onze handen. Laten we maar beginnen mannen!
Toch valt de eerste set een beetje tegen, zowel van ons als van het publiek. Wij spelen niet zo goed en strak als we zouden moeten spelen en het publiek reageert maar half, alsof een groot deel van de bezoekers ons beschouwt als achtergrondmuziek en eigenlijk alleen maar naar de kroeg is gekomen om bier te drinken. Eén en ander opgeteld maakt dat wij ons tijdens de tweede set nog fanatieker in het zweet zullen moeten werken om van een gezellige avond nog een feestje te kunnen maken. Moet lukken toch?
Vastberaden deze avond nog tot een goed einde te brengen jaag ik het laatste restje Murphy’s Irish Red mijn slokdarm in om mij vervolgens vol goede moed terug richting het podium te wurmen. En of het nou komt doordat we ineens veel beter spelen of dat het publiek in de tussentijd stevig door heeft geslobberd weet niet niemand, maar feit is wel dat we met de tweede set aanzienlijk meer succes hebben dan met de eerste. Maken we er toch nog een feestje van. Gelukkig maar.
Na afloop biedt Kelly ons naast een stevige pint nog een schaal borrelhapjes en een bak met ontzettend vreemd uitziende maar verrassend goed smakende frietjes aan. Hongerig als we zijn nemen we die met graagte in ontvangst en ondertussen geniet ik van de sterke verhalen die Kelly over de stad en zijn kroeg weet op te hangen. Als de buikjes rond en de glazen leeg zijn nemen we afscheid. Bergen op Zoom was een geslaagd avontuur.
Mark