Het is al donker als we Hoogeveen binnenrijden. Theater De Tamboer ligt keurig verstopt in het modern aandoende winkelcentrum. Wanneer we het theater uiteindelijk toch gelokaliseerd hebben, blijkt het zich midden in een voetgangersgebied te bevinden, met als gevolg dat wij niet met de auto de voordeur kunnen bereiken. Omdat wij natuurlijk geenszins van plan zijn om een lange wandeling te maken met onze instrumenten en wij dus per se vlakbij een ingang willen parkeren, draait Joris de auto om en proberen we de achteringang van het theater te vinden. Dit lukt wonderwel, en niet veel later sjouwen we onze instrumenten langs de keuken van het theater af, door een zijingang de foyer in.
In de foyer is het een gezellige bedoening. Het foyerpodium staat al helemaal ingericht voor het optreden van de Iers-Schots-Duitse band Five Alive-O dat op het punt van beginnen staat. Wij worden door een vriendelijke jongedame voorgegaan naar een soort zijtoneel maar dan achter het podium, alwaar wij onze spullen zolang kunnen laten staan. Eén keer op-en-neer lopen later staat alles al backstage (dit keer dus letterlijk) en terwijl we het parkeren van de auto aan Joris toevertrouwen, doen Linda en ik ons alvast tegoed aan het eerste glas Murphy’s van de avond. Five Alive-O trapt af met een leuke versie van Follow me up to Carlow en de stemming zit er al goed in. Bij Linda en mij dan, want het publiek laat het allemaal zeer afwachtend op zich af komen. Maar ach, het is nog vroeg en veel mensen zitten nog aan de koffie, dus neem het ze eens kwalijk. Bovendien spelen wij pas als laatste, dus men heeft meer dan genoeg tijd om lekker los te komen. En anders zorgen wij daar zelf wel voor.
Een blik op het programma leert mij dat wij straks moeten beginnen als zowel Rapalje (ze zijn er weer bij en dat is prima) als The Old Firm (mijn eerste kennismaking met deze Zeeuwse Kelten) nog bezig zijn. Dat is nog eens een slimme zet van de organisatie: de drie beste/leukste/gezelligste folkbands van Nederland uitnodigen (“de Toppers” zoals Pim het afgelopen week noemde) en die dan ook nog eens tegelijkertijd laten spelen! Het grote voordeel voor ons is dat wij als laatste beginnen en bijgevolg ook als laatste klaar zullen zijn. Met andere woorden: wij mogen de boel weer eens in de soep laten lopen. Laat dat maar aan ons over…
Het festival begint inmiddels aardig op gang te komen, en voor zover Ierse en Schotse folk divers kan zijn heeft de organisatie een behoorlijk divers programma weten samen te stellen, variërend van singer-songwriter Jimmy Kelly (die ooit nog eens een paar bescheiden hitjes heeft gehad toen hij nog met heel zijn familie op het podium stond) tot plankgas powerfolk van The Connemara Stone Company uit Duitsland. Het is nog vroeg in de avond als we in de grote zaal van het theater zitten te kijken en te luisteren naar het Dublinse kwartet Whiskey Still als we al handen tekort komen om alle reeds uitgevoerde nummers te turven die ook op ons repertoire staan. Zo divers is het programma dus ook weer niet. Maar ach, als aan het eind van de avond de drank in de mensen zit merkt toch niemand meer dat al onze nummers al eens voorbij zijn gekomen. Hooguit zal de Bob zich misschien even achter de oren krabben maar ja, wie gaat er dan ook met de auto naar een Irish Folk Festival? Dan vraag je er gewoon om.
Een kleine twee uur en een langdurige maar erg gezellige soundcheck later vraagt de organisatie ons om iets later te beginnen dan de geplande 23:00 uur, daar geheel in de lijn der verwachtingen de foyer bijna leeg is omdat iedereen bij Rapalje of The Old Firm zit respectievelijk staat. Ik geef die mensen groot gelijk en zak nog eens behaaglijk onderuit in de comfortabele foyerstoel die overigens zo lekker zit dat ik steeds beter begrijp waarom al dat publiek bij Five Alive-O rustig bleef zitten. Met zo’n stoel onder mijn kont zou ik het ook wel weten, hoe leuk de muziek ook is. Gelukkig voor ons heeft de organisatie inmiddels een groot deel van de stoelen uit de foyer verwijderd, zodat men zo meteen bij ons wel gedwongen wordt om te blijven staan. En wie weet gaat er dan ook nog gedanst worden.
Ergens tussen kwart over elf en half twaalf krijgen we groen licht en mogen we beginnen. Een beetje onwennig hang ik de basgitaar om mijn nek en probeer me te herinneren wat ook alweer de basnoten van Streams of Whiskey waren en hoe dat ook alweer zat met die kwinten erbij. Toch wel knap van Twan dat hij dat min of meer automatisch kan. Nou baart oefening natuurlijk kunst en heb ik amper geoefend, maar toch. Ik neem mijn hoed af en buig diep voor de bassist. En dan ga ik maar eens mijn best doen om er het beste van te maken.
Dat valt nog niet mee om overal die vermaledijde kwinten toe te voegen en het is dan ook lang geleden dat ik me bij een optreden zo heb moeten focussen op mijn spel. Maar na een tijdje begin ik het principe steeds beter onder de knie te krijgen en gaat het spelen me gemakkelijker af. En bovendien mag ik af en toe even lekker banjo, mandoline of gitaar spelen zodat ik niet alleen maar hoef na te denken maar ook even lekker kan ontspannen. En hoewel ik mezelf al met al nog aardig weet te redden en ik volgens mij geen modderfiguur sla, ben ik maar al te blij dat Twan er de volgende keer weer gewoon bij is. En dat is prima.
Mark