Murphy’s Irish Pub ligt aan de Markt, een gezellig plein dat voor de gelegenheid is volgestouwd met enkele honderden Oldenzalers en een podium waarop The Nits bezig zijn een fikse verzameling oude hits over de eerder genoemde Oldenzalers uit te storten. Vanavond vindt “Muzikaal Oldenzaal” plaats, de traditionele opening van het culturele seizoen. Zeg maar het Cult & Tumult van Oldenzaal maar dan iets kleinschaliger. Het begint op de Markt, waar de bezoekers eerder al konden genieten van de naar verluidt mooie zangeres Elien Rose en nu dus van The Nits, waarna het feest verder gaat met live muziek in de kroegen rondom de Markt. En tussen grootheden als Not Fade Away, Highway R&B Gang, Taneytown, Diggin’ the Groove, Los Hollanditos, Club Guarana, The Bokito Brothers en JW Roy prijkt ook onze naam op het affiche. We bevinden ons voorwaar in prima gezelschap.
Helaas blijkt er sprake te zijn van een ernstige vorm van miscommunicatie tussen de organisatie en de locatie. De uitbater van Murphy’s is er namelijk heilig van overtuigd dat hij een akoestische vijfmansformatie over de vloer krijgt die hij dus gemakkelijk in een hoekje van zijn pub kan wegmoffelen. Valt hem dat toch even koud op het dak als wij met de inmiddels befaamde Folkaholics-efficiëntie binnen de kortste keren zijn hele pub hebben dichtgeslibd met al onze apparatuur en instrumenten. De beste man slaat aan het tellen en merkt tot zijn stomme verbazing dat er negen band- en crewleden rondlopen in plaats van vijf, die ook nog eens voor zo’n 750 man publiek aan luidsprekervermogen bij zich hebben, terwijl zijn pub met 75 bezoekers al aardig vol staat. Hij stelt aan ons de overigens terechte vraag wat dit allemaal te betekenen heeft en waar wij al die apparatuur denken te laten. Wij op onze beurt zijn ons van kwaad bewust en willen onverstoorbaar verder gaan met opbouwen, alhoewel ik me nu toch ook ernstig begin af te vragen waar wij al onze apparatuur denken te laten. Een klein overlegmoment later blijkt de communicatiefout bij de organisatie te liggen en kunnen we gewoon onze gang gaan. Maar volgens mij heeft meneer de uitbater er een hard hoofd in. En geef hem eens ongelijk.
Het is behoorlijk zweten in het hoekje van de pub. En niet alleen omdat we bezig zijn razendsnel dit hoekje klaar te maken voor ons optreden, maar vooral ook omdat het een waanzinnig klein hoekje is waar we eigenlijk niet eens met zeven man tegelijk in passen, laat staan dat we wat bewegingsvrijheid hebben om op een ontspannen manier alle bekabeling klaar te leggen zonder daarbij een van de andere bandleden tegen de muur te drukken. Aan de ene kant heeft het natuurlijk wel wat, zo intiem, maar al gauw zijn we elkaar kotsbeu daar in het hoekje en lopen de gemoederen hoog op als Frans het weer eens voor elkaar krijgt om precies dáár te gaan staan waar ik net een xlr-kabel langs wilde trekken. Maar zoals altijd is Frans na wat hartgrondig gevloek en getier van mijn zijde best bereid om een stapje opzij te doen. Tenminste, nadat hij klaar is met zijn werk en geen halve tel eerder. Ik zucht een keer diep, berustend in mijn lot. Geduld is tenslotte een schone zaak. Zeker bij de Folkaholics.
Volgens mij is het niet voor het eerst, alhoewel ik me niet kan herinneren wanneer we het eerder gedaan hebben, dat we tijdens een optreden niet met z’n allen naast elkaar staan. Dat past namelijk van geen kanten in het smalle maar relatief diepe hoekje van de pub. Na wat geïmproviseer en geschuif staan we nu in een opstelling waar Marco van Basten jaloers op zou worden, zo vernuftig zit het in elkaar. Of het gaat werken is natuurlijk een tweede, maar een andere keus hebben we niet, dit is de enige manier waarop het past. Nou ja, past… tijdens het spelen sla ik afwisselend Frans en Joris op hun gezicht met mijn banjo en moet ik uitkijken dat Pim niet achteruit tegen mijn microfoonstandaard stapt, maar voor de rest gaat het prima. Schrale troost haal ik uit het feit dat het publiek in de pub misschien wel nog krapper staat dan wij. Het is namelijk een klein kroegje maar hij staat helemaal vol met uitgelaten Oldenzalers die wel zin hebben in een feestje. Nou, dan zijn ze bij ons aan het goede adres want we hebben er zin in. We zijn inmiddels de charme gaan inzien van het kleine hoekje dus wat ons betreft kan het los!
Tijdens het spelen merk ik dat onze muziek behoorlijk in de smaak valt bij het Oldenzaalse publiek. En ook de uitbater van de pub, aanvankelijk nog sceptisch, lijkt overtuigd. Het wordt een mooie Ierse avond in Oldenzaal, zo een waarbij publiek, barpersoneel en band (en uitbater dus) er samen iets moois van maken. Zo’n avond waarop je sneller drinkt dat de barman kan tappen en je je afvraagt of je er morgen bij het wakker worden nog last van zult hebben. Een mooie avond dus.
Als de pub al lang dicht is, de aanhanger terug vol zit en het feestgedruis alweer een tijdje achter ons ligt, biedt de meer dan tevreden uitbater aan om nog wat broodjes kroket en frikandel voor ons te bereiden. Daar zeggen wij natuurlijk geen nee tegen en zo kan het gebeuren dat we een half uurtje later met volle magen en een prachtig Murphy’s-glas in de rugzak (waarvoor bij dezen alsnog mijn oprechte en welgemeende excuses) koers zetten naar het mooie Veldhoven. Als ik me goed herinner, heb ik het einde van de gemeente Oldenzaal niet eens gehaald. Twee van de twee uur geslapen en pas vlak voor Veldhoven weer wakker geworden. Zonder kater.
Mark