Hoe imposant de auto ook moge zijn, op één gebied blijft hij ernstig in gebreke: de airco is volledig naar de gallemiezen. En met de Vlaamse zon pal boven ons levert dat toch wat zweterige taferelen op. De Vláámse zon? Jawel. We zitten op de E19 Antwerpen – Brussel, op weg naar het dorpje met de prachtige plaatsnaam Sint-Genesius-Rode, alwaar men vandaag het ééndaagse folkfestival Folkin’Ro organiseert. Een groot klein festival in het mekka van de West-Europese folk (Vlaanderen dus): er zijn slechtere gelegenheden om het nieuwe seizoen te beginnen.
Nou moet u zich absoluut niet vergissen in het dorp Sint-Genesius-Rode. Onderweg er naartoe krijgen we namelijk een schitterend voorbeeld voorgeschoteld van waar kleine dorpjes groot in kunnen zijn. Dit kleine dorpje blijkt namelijk erg groot te zijn in de edele kunst van het verstoppertje spelen. Normaal gezien zou het dorp namelijk eenvoudig te vinden moeten zijn vanaf de ringweg van Brussel. Ware het niet dat het nergens fatsoenlijk staat aangegeven. Dus wij op goed geluk ergens die snelweg af gereden, dorpje ingerold en geen idee welke kan we uit moeten. Dan maar de weg vragen aan een vriendelijke Belgische meneer. Helaas voor ons blijkt de man in kwestie een vriendelijke Waalse meneer te zijn en in ons beste steenkolenfrans proberen wij hem duidelijk te maken dat we naar Sint-Genesius-Rode willen. Waarna de man ons op zijn beurt in zijn beste steenkolennederlands probeert uit te leggen hoe we daar het beste kunnen komen. En nadat Ben op weergaloze wijze de auto inclusief aanhanger heeft weten om te draaien, vertrekken we vol goede moed (commentaar van Twan: “Pláánkgáás!”) in de hopelijk juiste richting, de vriendelijke Waalse meneer hoofdschuddend achterlatend.
Na bijna een half uur door verschillende voorsteden van Brussel te hebben gescheurd, vinden we onszelf weer terug op de ring van Brussel. Weliswaar een ander deel dan waar we vandaan kwamen, maar toch. En nu zouden we dus schijnbaar ergens de afslag “Sint-Genesius-Rode” moeten tegenkomen. En inderdaad zien we na slechts een paar kilometer een groot bord langs de ring staan waarop duidelijk staat dat over 1200 meter een afslag komt, waar onder andere Sint-Genesius-Rode bij staat vermeld. Hoopvol rijden we door, maar 1200 meter verder zien we tot onze stomme verbazing een afslag zónder Sint-Genesius-Rode! Tja, misschien dat dat vorige bord een aankondiging was van een afslag verderop ofzo. Toch maar even doorrijden dan. Maar als we een kleine tien kilometer verder de Vlaams-Waalse grens oversteken begint de twijfel toch serieus toe te slaan in de Patrol. Was het dan toch die ene afslag? We besluiten om te keren en de gok te wagen.
Eenmaal terug bij de afslag staat Sint-Genesius-Rode aan deze kant ineens wél op het bord! Het moet nou toch niet gekker worden denk ik op dat moment, maar aan de andere kant voel ik iets van opluchting dat we die vermaledijde afslag toch hebben weten te vinden. Maar helaas is mijn opluchting slechts van korte duur, want aan het einde van de afslag komen we bij een kruispunt waar, u voelt hem wellicht al aankomen, Sint-Genesius-Rode nergens staat aangegeven! Op goed geluk dan maar rechtsaf naar Groenendaal, misschien dat Sint-Genesius-Rode daar achter ligt. Maar wederom zit het ons niet mee, en navraag in Groenendaal leert dat Sint-Genesius-Rode, u raadt het al, aan de andere kant van de snelweg ligt. Omdraaien maar weer, en terug naar het kruispunt. Wonder boven wonder kan het de pret in de auto trouwens niet drukken en ach, zo leer je in ieder geval de Nederlandse ANWB weer waarderen.
Vanaf dat moment gaat het ineens allemaal voorspoedig, mede doordat we een handje geholpen worden door de organisatie van Folkin’Ro die vanaf een bepaald punt overal gele pijlen heeft opgehangen om aan te geven waar het festival plaatsvindt. Waarvoor dank. En uiteindelijk, na een dikke drie uur in een zweterige auto te hebben gezeten, zetten we voet op Sint-Genesius-Rodese bodem. We hebben het gehaald.
Eenmaal goed en wel bekomen van de uitputtingsslag blijkt dat het allemaal zeer wel de moeite waard zou kunnen zijn. Folkin’Ro blijkt een erg gezellige, kleinschalige bedoening te zijn, in en om een tot gemeenschapshuis omgetoverde oude boerderij. De stal is verworden tot sfeervolle concertzaal met een mooi podium, waar wij niet op spelen. Nee, wij zijn geprogrammeerd op een brinkachtig podium op de binnenplaats en mogen dus buiten spelen. En zolang het droog blijft heb ik daar absoluut geen bezwaar tegen, maar er pakken zich toch enkele verdacht donkere wolken samen boven de stal. Gelukkig voorspelt Ben dat dat wel over zal waaien, en vol goede moed stuiteren wij onze flightcases-op-wielen over de kinderkopjes van de binnenplaats naar het zijtoneel.
Het ziet er gunstig uit: een mooi podium, een local crew die van aanpakken weet en een geluidsman die razendsnel kan linechecken. Als de weergoden nou ook nog heel even blijven meewerken kan er weinig meer mis gaan.
We worden aangekondigd als “grote band uit Nederland”, de mensen applaudisseren al als we het podium komen oplopen en ik weet: dit moeten we afmaken. Bij onze vertrouwde opener Streams of Whiskey reageert het publiek nog een beetje afwachtend maar meteen daarna spelen we onze grootste troef uit: I’m into folk van de Vlaamse volksheld Bart Peeters die in eigen land ongekend populair is. En als je in Vlaanderen als Nederlandse band de hit van Bart Peeters speelt, ben je klaar. Dan ben je goed bezig. Het publiek reageert meteen enthousiast en vanaf dat moment zijn we definitief onderweg. Het nieuwe seizoen is begonnen.
Dat het een mooi seizoen moge worden. De opening smaakte alvast naar meer.
Mark
PS: Ik was blijkbaar niet de enige die het een geslaagde seizoensopening vond. Eleentje schreef daags naderhand op de toonaangevende Belgische website www.folkroddels.be:
Bij de eerst noten van de Folkaholics zaten we alweer netjes neer en swingden mijn beentjes de pan uit (ik moet ze dringend leren onder controle houden, want soms is het echt niet meer te doen!) Dit Nederlandse collectief bracht een arsenaal folksongs over, voornamelijk, ‘drank’ !! Ierse klassiekers als ‘Whiskey in the Jar’, ‘The wild rover’ galmden moeiteloos door de microfoon. Af en toe kregen we een verrassing van formaat. Zo zongen ze Bart Peeters’ ‘I’m into folk’ en Tom Jones’ ‘Delilah’.
Met z’n zessen zetten ze grappige karikaturen neer. Het leken wel stripfiguurtjes verdwaald in wonderland, op zoek naar de weg terug.
Tip voor Dranouter folkfestival: deze band is een stevige opener om op donderdagavond het festival meteen te vullen met een flinke portie ambiance. Plezier verzekerd !!