Overigens mag niet onvermeld blijven wat een wereldprestatie Ben en ik zojuist geleverd hebben door zonder routebeschrijving en zonder adresgegevens toch in één keer feilloos recht op het café af te rijden, terwijl we allebei nog nooit in downtown Sevenum zijn geweest. Bij het bordje “Welkom in Sevenum” hebben we even snel om ons heen gekeken of we een kerktoren zagen en toen we die eenmaal gelokaliseerd hadden stuurde Ben zijn auto gewoon recht op die kerk af, in de veronderstelling dat het café, volgens goed katholiek gebruik, wel eens precies naast de kerk zou kunnen liggen. Bij de kerk aangekomen blijkt dat ze hier in Sevenum over goede katholieken beschikken want café Croes Moeke ligt inderdaad pal naast de kerk. Zo gemakkelijk hebben we nog nooit de weg gevonden.
Doordat we het café in een keer hebben gevonden zijn we, geheel tegen onze gewoonte in, nogal vroeg ter plaatse en bovendien zijn Pim en Simon er ook nog niet. Dat wordt nog even geduld hebben voordat we kunnen beginnen, vrees ik. Maar wie schetst mijn verbazing: het café blijkt al open te zijn! Dat scheelt natuurlijk in de planning! Wie weet hebben we straks zelfs nog tijd om fatsoenlijk te eten voordat we moeten beginnen.
Nadat we ons binnen netjes hebben aangemeld, ontruimt een vriendelijke barman met plezier het podium voor ons en wijst ons de nodige stopcontacten aan, zodat wij de geoliede Folkaholics-opbouw-machine in gang kunnen zetten. Joris rijdt de auto met aanhanger en al over de stoep tot vlakbij de voordeur en in no-time hebben we het volledige café vol geparkeerd met al onze spullen. De lokale stamgasten kijken het tafereeltje zo eens aan, zich hardop afvragend waar wij in Gods naam al die rotzooi voor nodig denken te hebben. En ik moet toegeven, het ziet er van een afstandje rommelig en chaotisch uit wat we aan het doen zijn. De vloer van het café is tussen de openstaande kisten en koffers nog maar amper te zien en vrijwel continu lopen vijf kerels en twee dames overal kriskras tussendoor om de inhoud van de kisten zo snel mogelijk op het podium te krijgen. Maar toch, ondanks de ogenschijnlijke chaos weten we precies waar we mee bezig zijn en in een recordtijd zijn de kisten leeg en is het podium vol. En dan zijn we nog niet eens met alle bandleden compleet, want Simon komt pas over enkele minuten aan op het station en Pim, ach Pim… Ergens halverwege de chaos zie ik Joris met zijn telefoon aan zijn oor naar buiten lopen. Als hij een klein minuutje later terug binnenkomt geloof ik mijn oren niet: Pim belde net om door te geven dat hij wat later komt omdat hij de zomertijd is vergeten… Het is misschien niet de beste maar toch zeker wel de meest originele te-laat-smoes die ik ooit heb gehoord, en ik ben leraar. Kun je nagaan.
Omdat ons op culinair gebied enkel wat schamele broodjes zijn beloofd, slenteren wij na de soundcheck door een nog wat nadruppelend Sevenum richting de plaatselijke Rabobank-pinautomaat, om daarna de lokale cafetaria maar eens met een bezoek te vereren. Bij de Rabobank wachten wij geduldig tot een al wat oudere meneer klaar is met zijn transactie. Als de man weg is ziet Joris iets aparts: er steekt nog geld uit de gleuf van de pinautomaat, waarschijnlijk van die meneer van daarnet. Als een goed burger betaamt doet Joris het enige juiste: hij grist de bankbiljetten uit de gleuf en sprint achter de meneer aan. Ik zie intussen mijn kans schoon en dring netjes voor. Als Joris de man heeft ingehaald kijkt deze een beetje verdwaasd om, neemt aarzelend het geld aan en mompelt iets van een dankwoord. Rare snuiter.
Over rare snuiters gesproken: Pim heeft in de tussentijd Simon bij het station opgeraapt en samen zijn ze ook maar naar de friettent gekomen. De friettent valt overigens enigszins tegen. Het is slappe friet met minder lekker zuurvlees dan ik had gehoopt en bovendien hebben ze geen softijs. Omdat het nog geen zomer is hebben ze de softijs-machine nog maar niet aangezet, heet het. Slap excuus. Al bijna net zo slap als de friet. Koffie dan maar?
Terwijl ik nog met mijn koffie bezig ben begint de tijd toch aardig te dringen. Dit in tegenstelling tot het publiek, want het is nou niet dat je zegt “dringen geblazen” in het café. Maar dat geeft niks, weinig publiek is ook goed als het maar goed publiek is. Na de koffie duik ik nog even snel het keukentje in om mijn handen te wassen maar al gauw kom ik tot de ontdekking dat er geen zeep is. Wel staat er een fles allesreiniger op het aanrecht, met als gevolg dat ik even later met naar eucalyptus ruikende handen mijn banjo van de standaard pak. En na een geweldige roffel van Joris speel ik de intro van Sally MacLennane en zijn we onderweg. Voor weinig publiek, maar wel voor goed publiek. Het enthousiasme zit er goed in bij de mensen en al snel bereiken we in Sevenum de feeststemming. Zoals het hoort.
Als we na een lange avond klaar zijn met opruimen biedt de vriendelijke barman ons nog broodjes warm vlees aan, volgens Annique de Limburgse specialiteit “tête de veau” maar volgens mij gewoon een groot blik Hongaarse goulash van de Sligro. Maar hoe het ook heten mag, het smaakt stukken beter dan de slappe friet van de cafetaria. Toch nog fatsoenlijk gegeten vanavond.
Als de pan leeg is en de broodjes op zijn maken we ons op voor de thuisreis. Als we het café verlaten is het alweer flink aan het regenen. Maartse buien, of zoiets. Wel zomertijd maar nog geen zomerweer. Toch goed dat ik mijn regenjack had meegenomen…
Mark