Ik merk nu dat drie maanden niet optreden mij geen goed hebben gedaan. Ik betrap mezelf er namelijk op dat ik nerveus ben en dat is de laatste jaren een zeldzaamheid geworden. Hoe komt het dan dat ik nu zenuwachtig begin te worden? Ben ik er misschien niet helemaal gerust op? Dat zou natuurlijk kunnen, het is vandaag tenslotte het eerste optreden na een periode van rust en traditiegetrouw zijn dat meestal niet onze beste optredens. Bovendien presenteren we vanavond een aantal nieuwe nummers voor het eerst aan het thuispubliek, waaronder zelfs twee nummers die we nog nooit live gespeeld hebben. En daar komt nog bij dat Pim het nieuwe nummer Some Say The Devil Is Dead pas gisteravond voor het eerst gehoord en dus ook gezongen heeft. Als dat maar goed gaat.
Mooi verhaal trouwens van Pim gisteren. Ik vroeg hem of hij nou inmiddels met stokjes kan eten. Ja, dat had hij inderdaad geleerd in Azië. En soep, gaat dat daar ook met stokjes? “Ja hoor,” zei Pim, “geen probleem. Ze hebben daar alleen maar van die noedelsoep en dan vreet je eerst met je stokjes die noedels eruit en die bouillon giet je dan zo naar binnen.” Die Aziaten hebben ook overal een oplossing voor. Hij had trouwens ook een souvenirtje voor de band meegenomen: een fles Thaise whisky met een schorpioen en een cobra erin! Volgens de lokale bevolking bevorderend voor de mannelijkheid. Ik keek zo eens die fles in, recht in de dode (tenminste dat neem ik aan) ogen van de cobra, verbande bepaalde gedachten uit mijn hoofd en bestelde een colaatje. Dan maar iets minder man.
Maar mannelijk of niet, vanavond moet er geknald worden! Ter bevordering van de teamspirit stelt Joris voor om na de soundcheck met z’n allen een hap te gaan eten bij de plaatselijke Italiaan. Op zich natuurlijk een prima voorstel, en niet lang daarna blader ik door de menukaart op zoek naar iets smakelijks. “Wat zijn ‘zeevruchten’ precies?” vraagt Linda zich een paar stoelen verderop hardop af. Een vraag die je natuurlijk niet aan de Folkaholics moet stellen, want voor je het weet word je overladen met flauwekul rondom het thema “zeevruchten”. Het valt echter mee dit keer, behalve dan dat Pim weet te vertellen dat met zee-vruchten waarschijnlijk water-meloenen worden bedoeld. Hij is weer terug, en dat zullen we weten ook. Alhoewel, de flauwste van de avond komt op naam van Joris. Want toen Frans bij het parkeren van de aanhanger luidkeels ruzie stond te maken met het disselslot en daar de nodige verwensingen bij gebruikte, wist Joris ons haarfijn uit te leggen dat een “kutslot” eigenlijk een ander woord is voor een kuisheidsgordel. Je moet er maar opkomen.
Terug in het café is van drukte nog lang geen sprake. Uitbater Léon heeft uit pure ellende dan maar de wedstrijd PSV – FC Groningen tegen de muur geprojecteerd en zit op zijn gemakje te kijken hoe Danny Koevermans van dichtbij de 3–0 binnenschiet. Leuk voor Koevermans, leuk voor Léon en leuk voor alle andere PSV-supporters, maar ik wil gewoon “speuluh” vanavond. Aan de andere kant is kwart over negen toch wel erg vroeg om te beginnen en bovendien is van drukte nog lang geen sprake, dus denk ik dat ik eerst maar eens koffie ga drinken. Dan zie ik daarna wel weer verder.
Een kleine anderhalf uur later begint de kroeg toch nog behoorlijk vol te stromen en gaat het er steeds beter uitzien voor ons. Tijd om de rode blouse, de zwarte hoed en de Folk You!-zweetbandjes uit de rugzak te vissen en me klaar te maken voor de “comeback”. En dan is het moment daar: Pim kondigt via de microfoon aan dat we gaan beginnen, Joris roffelt zijn cajón bijkans doormidden en weg zijn we. En vanaf de eerste klanken reageert het publiek enthousiast. Met name een paar groepjes vlak voor het podium laten zien wel raad te weten met onze muziek: er wordt vrolijk gedanst, geklapt en af en toe zelfs meegezongen. Waar ik vooraf voor vreesde gebeurt gelukkig niet, op een paar schoonheidsfoutjes en slechts één kapitale blunder van Pim na (in het nieuwe nummer natuurlijk) zetten we een vrij goed optreden neer, dat geheel volgens de wetten van de folk ‘n’ loll met een hoop hilariteit eindigt. Want terwijl de laatste klanken van Wild Rover nog een beetje nagalmen en het publiek voorzichtig om “nog! een! lied! je!” begint te vragen, zie ik Twan en Simon met een noodgang naar de wc’s sprinten. Een toegift zit er blijkbaar niet meer in.
Zoals na bijna elk optreden stap ik zwetend als een otter van het podium af, maar vanavond is het temperatuurverschil met buiten wel erg groot. Want als we rond een uur of twee Pim, Annique en de aanhanger naar Knegsel willen brengen moet Frans eerst het ijs van zijn ruiten krabben. De nacht van Eerste Paasdag, en het is min vijf. Het moet niet gekker worden…
Mark