Het zal in ieder geval een bijzondere avond worden vanavond. Want buiten heeft feit dat we weer eens met onze gewaardeerde Groningse collega’s van Rapalje mogen spelen, is het vanavond ons laatste optreden voordat we bijna drie maanden stilliggen. Pim heeft het namelijk in zijn hoofd gehaald om gedurende tweeënhalve maand met zijn vriendin te gaan backpacken in Azië. Op zich natuurlijk prima, maar dat betekent wel dat we al die tijd niet kunnen spelen. Vanavond nog maar een keer flink gassen dus, we moeten er tenslotte lang op kunnen teren.
Vol goede moed stuur zo tegen het eind van de middag de van ons pa geleende auto bij Frans en Babs de straat in en toeter een keer uitbundig. Even later zie ik tot mijn grote verbazing alleen Babs naar buiten komen, weliswaar met Frans zijn spullen maar zonder Frans zelf. In een, overigens mislukte, poging leuk te zijn vraag ik Babs of Frans er misschien geen zin in heeft vandaag. “Nee,” luidt het antwoord, “hij is ziek.” Oei, daar had ik niet op gerekend. Blijkt onze anders zo vrolijke fluitenman met dik negenendertig graden koorts op zijn bed te liggen. Volgens Babs moeten we maar gewoon vertrekken, hij zal vanavond wel kijken of hij in staat is om te spelen. En anders moet het maar zonder hem. We hebben tenslotte al eens zonder Simon gespeeld (zie One For The Road van 04-11-2007) dus een keertje zonder Frans zou ook moeten lukken. Nou ja, ik hoop maar dat een paar uurtjes slaap hem goed zullen doen.
Als ik samen met Babs bij Joris thuis (het verzamelpunt van vandaag) arriveer is het wachten enkel nog op Ben en Simon. En ook nu blijkt weer eens dat het met Ben altijd hetzelfde liedje is, want we verzamelen één keer niet bij hem thuis en raad eens wie er te laat is? Juist. Het zijn ook altijd dezelfden.
Dat Ben zijn late aankomst vervolgens niet goed maakt blijkt tijdens de rit naar Eindhoven. Bij het vertrek zei ik nog tegen hem: “Weet jij de handigste route? Dan rij ik wel achter jou aan.” Maar nu blijkt dat ik het heft misschien beter in eigen handen had kunnen nemen. Ben kiest namelijk een wel erg opmerkelijke route naar het Parktheater: hij lijkt wel rechtstreeks naar het station te rijden! Met elke afslag die hij neemt wordt zijn route een steeds groter raadsel voor mij, en als we bij het PSV-stadion voor het stoplicht staan te wachten om linksaf onder het spoor door te gaan geef ik me gewonnen en hoop ik dat Ben een of andere wonderbaarlijke sluiproute dwars door de binnenstad uit zijn mouw gaat schudden. Maar dan opeens zet hij zijn rechter knipperlicht aan en als de verkeerslichten op groen springen draait hij zijn auto met aanhanger en al vanuit de linker voorsorteerstrook rechtsaf de Vonderweg op! Als een volleerd kamikazepiloot stuur ik achter hem aan en gelukkig neemt hij vanaf nu gewoon de kortste route naar het Parktheater. Al zijn de vraagtekens bij ons in de auto alleen maar groter geworden.
Als we eindelijk bij het Parktheater op de parkeerplaats staan zie ik Joris uit de auto van Ben klauteren. Hij gebaart naar ons dat we even geduld moeten hebben en is vervolgens vertrokken. Op zoek naar de artiesteningang, neem ik aan. En terwijl Eric Clapton vanuit de speakers laat weten dat hij de sheriff heeft omgelegd wachten wij geduldig tot Joris weer terugkeert. Al na een paar minuten zie ik beweging in mijn ooghoek. Dat zal Joris zijn, denk ik. Maar juist als ik van plan ben de auto weer te starten, zie ik tot mijn stomme verbazing dat niet Joris maar een kolossale olifant de parkeerplaats komt oversteken! Wat krijgen we nou? vraag ik me af, maar dan herinner ik me het krantenartikel over het Wintercircus dat rond deze dagen in het Parktheater neergestreken is. “Waarschijnlijk had de ster van de show gewoon even behoefte aan een frisse slurf,” merkt Twan op. Dat zal het zijn, ja. Scherpe opmerking.
Niet lang na Dombo komt ook Joris de parkeerplaats op. We kunnen parkeren bij de artiesteningang en vervolgens alle spullen met de lift naar beneden brengen. Daarna kunnen we door één of ander zijdeurtje het theatercafé binnen en daar ligt dan een podiumpje waar we onze spullen op kwijt kunnen. Prima geregeld dus. Tijdens het op- en neerlopen tussen de lift en de aanhanger zie ik mijn kans schoon eens aan Ben te vragen waar die merkwaardige route van hem vandaan kwam. Zijn antwoord is even simpel als verrassend: “Ik was op weg naar Muziekcentrum Frits Philips, helemaal niet bij nagedacht dat het Parktheater heel ergens anders ligt!” En die manoeuvre bij het stadion? “Tja, dat was het moment dat ik erachter kwam dat ik verkeerd zat.” Vandaar dus.
We zijn inmiddels zo’n anderhalf uur verder als Frans telefonisch laat weten dat hij zichzelf fit genoeg acht om te kunnen spelen. Maar dan moeten wij er wel voor zorgen dat er een barkruk op het podium staat, zodat hij bij tijd en wijlen eens lekker kan gaan zitten. Dat is natuurlijk een kleine moeite die wij graag voor Frans over hebben en met Frans op zijn luie krent en de rest van de band in de starthouding wachten wij geduldig tot Rapalje klaar is met hun eerste helft. Als de eerste mensen de foyer binnen stromen zetten wij het instrumentale nummer Wasbord in, gevolgd door de onlangs “ver-Ierste” versie van I’m Into Folk. De Rapalje-liefhebbers blijken onze muziek ook nu weer goed te verteren, waardoor we met ons eerste setje meteen al de boel behoorlijk in beweging krijgen. Mijn banjospel lokt trouwens nog een extra reactie uit: een al wat oudere kerel komt naar me toe en zegt dat hij ontzettend fan is van banjomuziek en dat hij vindt dat ik vooral door moet gaan. Om dat laatste te onderstrepen biedt hij me een slok uit zijn veldfles aan, waar zo te ruiken behoorlijk stevige whiskey in zit. En ondanks dat ik daar vriendelijk voor bedank (ik moet tenslotte nog rijden) blijft de man aandringen, net zolang tot ik zijn flesje pak, het aan mijn mond zet en net doe alsof ik een slok neem. Nadat de man mij nog een hand heeft gegeven kan ik verder met spelen. Ik zat tenslotte midden in Donegal Danny.
Na een halfuurtje folk ‘n’ loll zit Frans er helemaal doorheen. Het is wat dat betreft maar goed dat Rapalje weer gaat beginnen, dan kan Frans tenminste even bijkomen. Ik vind het bewonderenswaardig dat hij, ziek als hij is, het toch voor elkaar krijgt om te komen spelen. Ik herinner me een avond in november 2003, toen ik eigenlijk te ziek was om te spelen maar het wel gedaan heb. Als ik terugdenk aan hoe ik me toen voelde en als ik zie hoe Frans er momenteel bij zit, kan ik alleen maar hopen dat hij het nog een uurtje volhoudt.
En hij houdt het vol. Zij het op hangen en wurgen, maar het lukt hem. Direct na Wild Rover rolt hij compleet gesloopt van het podium af. Met Babs spreek ik af dat ik zijn spullen inpak en meeneem, zodat zij Frans in bed kan leggen. Dat heeft hij dan ook verdiend. En zo werd het in meerdere opzichten een gedenkwaardige avond: Ben haalde twee theaters door elkaar, ikzelf zag een olifant aan voor Joris, er was een hartelijk weerzien met “de Groningers” en Frans presteerde het om met negenendertig graden koorts toch een prima optreden neer te zetten, waarvoor hulde. En dan is er natuurlijk Pim, die over een paar dagen het vliegtuig zal nemen naar het Verre Oosten. Als dat vliegtuig bij aankomst in Bangkok trouwens maar niet op een Thai landt, maar dit terzijde. En terwijl Pim en zijn vriendin gaan leren om Thaise kippensoep met stokjes te eten, gaan de overgebleven Folkaholics toch trouw elke week het repetitiehok in, om ervoor te zorgen dat onze “comeback” straks de moeite van het bezoeken waard wordt. Op 22 maart mogen we weer. Tot dan!
Mark