America dus, gemeente Horst aan de Maas in Noord-Limburg. Wat het natuurlijk extra spannend maakt vanavond is dat we spelen in de stamkroeg van de overbekende Limburgse formatie Rowwen Hèze. En volgens Simon, die overal zijn contacten beweert te hebben dus ook in America, komen de mannen van Rowwen Hèze vanavond zelf ook even een kijkje nemen. Dat is natuurlijk leuk, kunnen wij ons mooi in de spreekwoordelijke kijker spelen. Wie weet wat dat ons nog kan opleveren in de toekomst…
Vervuld van dergelijke gedachten stappen wij rond half acht de auto’s uit en meteen heb ik spijt dat ik mij niet heb aangeboden om vanavond te rijden. Boven de ingang van Café Boëms Jeu hangt namelijk een onmetelijk groot uithangbord van de firma Heineken uit Amsterdam, hetgeen vermoedelijk een aankondiging zal zijn van een avondje slecht bier. Dat heb ik weer. Had ik dus toch vanavond moeten rijden in plaats van over drie weken naar Maarheeze. Zul je net zien dat ze daar (in Maarheeze dus) Dommelsch schenken. Of nog erger: Hertog Jan! De vorige keer dat ik moest rijden (8 september naar Retie, België) moest ik al allerlei smakelijke Belgische biertjes aan mijn neus laten voorbijgaan en nu dreigt het over drie weken in Maarheeze wederom mis te gaan. Nou ja, dat zijn zorgen voor later. Eerst maar eens een avondje Heineken zien te overleven.
Terwijl Twan mij uitlacht omdat hij wel moet rijden en dus niet aan dat smerige bier hoeft, steken wij de Pastoor Jeukenstraat over en openen de voordeur van het café. Bij binnenkomst valt mijn oog direct op een groot bord waarop met koeienletters geschreven staat dat er vandaag Guinness te bestellen is! Ziedaar mijn kansen keren! Ik tik Twan even op de schouder, wijs hem dat bord aan en informeer fijntjes of hij nog steeds blij is dat hij moet rijden…
Eén vernietigende blik en een korte sprint later zitten we met heel de band aan de koffie. Simon is intussen alweer op de hoogte van de meest recente ontwikkelingen: “Rowwen Hèze komt niet.” Schijnen één of andere schnabbel te hebben in Den Bosch. “Maar misschien zijn ze daar op tijd klaar en komen ze daarna nog even naar hier.” Jaja, dat zal wel. Iemand doodmaken met een blije mus heet dat volgens mij. Maar wat maakt het ook eigenlijk uit of Rowwen Hèze komt? Straks komen ze niet, staan er vierennegentig Limburgers in de kroeg in plaats van honderd. En dan? En dan helemaal niks. Vierennegentig Limburgers hebben een dijk van een avond en verder gebeurt er helemaal niks. En dat hoeft van mij ook niet. Ik heb al gezien dat ik vanavond Guinness mag drinken in plaats van Heineken dus ik heb sowieso niks te mopperen. Koffie op, mannen? Dan gaan we de aanhanger leeghalen. Over een uur moet het staan.
En een uur later staat het. Gesoundchecked en al, ready to go. Alleen moeten we nu nog wel een dikke anderhalf uur wachten voordat we aan de eerste set mogen beginnen. Een potje kaarten dan maar om de tijd te doden. Uiteraard gaat dit tot hevige discussies leiden, want onze Ben blijkt niet alleen accordeon en viool te spelen, maar ook vals. Ach, zolang hij niet vals viool gaat spelen vind ik het allemaal prima. Mij hebben ze niet vanavond.
Dan is het half elf en kunnen we beginnen. Het café is inmiddels aardig volgestroomd, maar inderdaad geen spoor van Rowwen Hèze. Dat dit echter helemaal niks uitmaakt blijkt al vroeg in de eerste set. De vierennegentig Limburgers die er wel zijn, inclusief zowaar de ouders en oom en tante van Simon, blijken onze muziek prima te kunnen verteren en maken er van begin af aan een feestje van zoals we normaal gesproken alleen maar in Brabant meemaken. Dit is genieten, en dan gaat een optreden ook vanzelf. Helaas gaat het ook vanzelf voorbij, want voor ik het weet sta ik alweer naast het podium. Nog nahijgend van de inspanning en de adrenaline constateer ik dat we goed bezig zijn vanavond. Het is zo’n avond waarop je aan het begin van de pauze eigenlijk al aan de tweede set wil beginnen, zo lekker loopt het. Toch moet ik nog even geduld hebben. De uitbaatster van het café vraagt of we niet meteen weer willen beginnen, omdat we anders misschien te vroeg klaar zijn. Op zich niks mis mee, een keer een lange pauze tussendoor is ook wel eens lekker. Bovendien hebben ze hier Guinness en dat komt nou eenmaal in van die grote glazen. Daar kun je maar beter rustig de tijd voor nemen.
Als ik tegen het einde van de pauze op het podium sta om mijn mandoline een beetje bij te stemmen, zie ik ineens een kerel het café in lopen die in mijn ogen verdacht veel op Jack Poels lijkt. Het zal toch niet waar zijn? Hij loopt naar de bar en begroet daar een stevige kerel met een ringbaardje. Is dat niet die drummer? Zijn ze er dan toch? Is dit dan echt zo’n avond waarop alles klopt? Het begint er steeds meer op te lijken. Zesennegentig Limburgers, vier Veldhovenaren en nog een uur folk ‘n’ loll: op sommige avonden klopt alles.
Mark