Trouwe lezers van One For The Road weten inmiddels dat wij als band een zeer speciale band hadden met onze oude aanhanger, een uitgezakt en uitermate gammel vehikel dat wij ooit tweede- (of derde-, of vierde-) hands voor een zacht prijsje op de kop getikt hebben en dat na ontzaglijk veel herstel-, verstevig- en overige werkzaamheden redelijk veilig de weg op kon. Dat kon natuurlijk niet lang goed blijven gaan en gelukkig hebben we daarom afgelopen zomer onze oude roestbak maar ingewisseld voor een hypermoderne, flitsende “bankkluis op wielen” (of “boedelbak”, zoals Twan hem pleegt te noemen) zodat onze aanhanger in ieder geval niet meer voor al te grote ongemakken zal zorgen. Maar zelfs dit gloednieuwe, kwalitatief hoogwaardige en uiterst stevige rijdende opberghok blijkt ons goed dwars te kunnen zitten. Want op het moment dat Ben een klein beetje gas geeft nadat Simon en ik de aanhanger aangekoppeld hebben, schiet de dissel ineens van de trekhaak, met als gevolg dat de dissel met een klap op de grond terechtkomt terwijl de auto langzaam verder rolt. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn en aangezien wij geacht worden met aanhanger en al in Eersel aan te komen, besluiten we even snel uit te stappen om de dissel terug over de trekhaak te plaatsen. Tot onze grote opluchting zien we dat de aanhanger nog geen centimeter van de plek des onheils weggerold is. Dat scheelt: de noodrem werkt in ieder geval prima. Toch een hele geruststelling. Bovendien kan nu met recht gezegd worden dat ook de nieuwe aanhanger “Folkaholic-proof” is. Of zoiets.
Het euvel met de aanhanger is snel verholpen en we zetten koers naar het nabijgelegen Eersel. In de foyer van theater De Muzenval aangekomen zien wij een waanzinnig klein podiumpje in de hoek van diezelfde foyer staan. Is het de bedoeling dat wij daar straks met ons zevenen op gaan staan? Dat past nooit! Dan maar wat smokkelen: we nemen gewoon een stuk vloer van de foyer in beslag en zetten daar drie bandleden neer. De overige vier moeten dan maar wat inschikken waardoor het allemaal net op het podium past. Toch apart: sta ik ineens naast Ben in plaats van naast Frans of Joris. Tja, en dat is natuurlijk even wennen. De mannen van Rapalje komen intussen even informeren hoe de zaken ervoor staan. Nog niet helemaal in tenue, maar ze hebben er wel zin in zeggen ze. Dat wordt dus een leuke avond, aan de muzikanten zal het in ieder geval niet liggen.
Na de soundcheck is het etenstijd en we besluiten om de Eerselse binnenstad eens met een bezoek te vereren. Nou is “binnenstad” en groot woord voor een dorp, maar op loopafstand van het theater vinden we De Markt, een plein met daaromheen tal van restaurantjes, eetcafés, een friettent en (jawel) een shoarmazaak. Mede op aandringen van Simon besluiten we de plaatselijke kebabbakker met onze hongergevoelens op te zadelen. Dat is tenslotte voordeliger dan een restaurant maar dat blijkt niet Simon’s belangrijkste reden te zijn. Want op het moment dat ik hem een Pizza Margarita met een schaal knoflooksaus hoor bestellen, weet ik het ineens weer: Oh ja, Simon was diegene die altijd en overal overmatige hoeveelheden knoflooksaus bij zijn maaltijd wil hebben! Tja, die jongen is een half jaar lang niet mee op tour geweest, en dan wil het wel eens gebeuren dat je kleine dingetjes even vergeet. En dan te bedenken dat we vanavond een extra klein podium hebben, waardoor we nog dichter bij elkaar staan en ik misschien wel tijdens het spelen aan de avondmaaltijd herinnerd zal worden. Nou ja, nu even niet aan denken, misschien valt het mee. En zelf toch ook maar een scheutje saus over het vlees…
Later die avond op het podiumpje blijkt het inderdaad allemaal wel mee te vallen, en kunnen we gewoon onze set neerzetten. De zevenmansbezetting is toch nog wel even wennen hoor, vooral bij nummers die we al een tijd niet meer gespeeld hebben. Niet alles verloopt even vlekkeloos maar de sfeer is prima, zowel bij ons als bij het publiek. En de avond vol verrassingen eindigt in stijl, of had de rest van de band die bossen bloemen wel zien aankomen?
Mark