We zijn in de bossen van het Philips de Jonghpark in het noorden van Eindhoven, op het terrein van het Folkwoods Festival. Het is zondagochtend iets na negen uur en we melden ons bij Podium 1, waar we tussen 12:00 en 13:00 een unieke show mogen gaan geven. Folk ‘n’ Loll in combinatie met een bijna zestigkoppige fanfare, dat moet wel haast iets unieks worden. Maar op dit moment is het enige waar ik aan denk de unieke prestatie die we zo meteen moeten leveren om alle leden van Fanfare- en Tamboerkorps Heide Echo uit Knegsel een plek op het podium te geven. Goed, volgens de Heide Echo zelf hebben ze al vaker opgetreden op te kleine podia en zullen ze er dus wel een mouw aan passen, maar toch ben ik niet helemaal gerust op. Zestig man fanfare op dat podium? Dat past nooit!
Regelneef Joris heeft al sinds gisteravond last van koortsachtige temperaturen en niet helemaal meewerkende spieren in rug, nek en schouders. Hij kiest er dan ook voor om zich, geheel tegen zijn natuur in, tijdens de voorbereiding bescheiden op te stellen en het zware werk door anderen te laten opknappen. Met als gevolg dat ik tot inval-regelneef wordt gebombardeerd en met de podiumcrew mag gaan onderhandelen over de beschikbare ruimte op het podium:
- Die stellage met die doeken die daar twee meter voor het eind van het podium staat, kan die niet weg?
- “Nee, want daar hangt alle podiumverlichting aan.”
- Kun je die doeken dan niet even weghalen?
- “Nee, want het duurt veel te lang om die weer terug op te hangen.”
Uiteindelijk heb ik voor elkaar dat de doeken dan maar rondom de poten van de stellage vastgeklemd worden, zodat tenminste een paar fanfareleden iets verder naar achteren kunnen gaan zitten. Nadeel hiervan is wel dat allerlei grote flightcases van de podiumcrew ineens zichtbaar worden. Die stonden namelijk achter de doeken. Dus ik onderhandel verder:
- En al die kisten tegen de achterwand, kunnen die daar misschien weg?
- “Nee, want daar zitten al onze spullen in die we nodig hebben.”
Het begint tot mij door te dringen dat de podiumcrew niet erg genegen is om zich in nog meer bochten te wringen, dus moeten we het maar doen met de ruimte die we op dat moment hebben. De beschikbare ruimte is iets groter geworden, maar ik heb er nog steeds een hard hoofd in. Zestig man op dit podium, dat gaat toch nooit passen?
Gelukkig melden zich op dat moment de eerste fanfareleden bij het podium. Zoals afgesproken zijn het de slagwerkers, die al zovast het één en ander aan slagwerk gaan neerzetten voordat de rest van de fanfare arriveert. Als niet heel veel later al het slagwerk al staat (“wel lekker knus, zo dicht bij mekaar”) en enkele van de bestuursleden van de fanfare af en aan lopen met houten klapstoeltjes, vang ik een gerucht op dat met de minuut hardnekkiger wordt: het schijnt er allemaal op te gaan passen! Wie had dat gedacht? Bijna zestig fanfareleden, zeven Folkaholics en één dirigent passen samen op het iets te kleine Folkwoods-podium! Nu kan er helemaal niks meer mis gaan. De zon schijnt, we zijn op tijd klaar met de voorbereidingen en alles past op het podium, oftewel: laat de show maar beginnen!
Als de fanfare begint met de opening (het prachtige “Breakout” uit Lord of the Dance) sta ik nog in het zonnetje tussen het publiek. Pilske in de hand, even checken hoe het klinkt en hoe het overkomt. Genietend van de zon en de sfeer laat ik de muziek over me heen komen, en als het stuk bijna ten einde is loop ik met kippenvel over mijn hele lijf naar de backstage ingang. Ik ben er klaar voor.
De zestig minuten op zondag 12 augustus 2007 tussen 12:00 en 13:00 vormen samen misschien wel het snelste uur wat ik ooit heb beleefd. Zelden heb ik tijdens een optreden zó genoten als vandaag. Alles klopt: de sound van de band klinkt voller nu Simon terug is uit Zweden en Twan gelukkig toch bij de band blijft, de samenklank met de fanfare is prachtig, de zon schijnt over het festivalterrein, het publiek is in zeer groten getale aanwezig en van begin af aan danst, klapt en zingt men mee alsof het festival nu pas begint. Het hoogtepunt komt vlak voor het einde: het, naar mijn eigen bescheiden mening, prachtige “The Devil went down to Knegsel”, met een fenomenale Ben Groenen in zijn glansrol als de Duivel die uiteindelijk het onderspit moet delven tegen het vioolgeweld van Christianne uit Knegsel. Kippenvel op het podium, ik maak het niet vaak mee, maar vandaag is het raak. Genieten, met een grote “G”.
Niet lang na het opruimen sta ik tussen een hoop fanfareleden naar Gerard van Maasakkers te luisteren. Iedereen is het erover eens: dit was een succes. En wat nog mooier is: op zondag 23 september mogen we weer. Op naar Cult & Tumult dus. Komt u ook?
Mark