Of: Hoe een waardeloze aanloop toch tot een mooie sprong kan leiden.
De avond begint met de meest belachelijke te-laat-smoes in de historie van de Folkaholics. Want terwijl Twan en ik ons in het zweet werken om veel te veel instrumenten in een veel te kleine auto te persen, krijgen we een telefoontje van Joris. Of het mogelijk is dat wij hem en Linda én Frans even komen ophalen op weg naar Ben. Eigenlijk zou Pim dat doen, maar die is as we speak bezig zijn auto inclusief onze aanhanger uit de modder te trekken! Omdat men in Knegsel, waar Pim natuurlijk vandaag moet komen, bezig is de verbinding met de buitenwereld wat comfortabeler te maken voor automobilisten, is de doorgaande route van onze aanhangerstalling naar Veldhoven afgesloten. In plaats van enkele kilometers om te rijden, laat Pim zich liever verleiden tot het nemen van een sluiproute door het bos. Eenmaal in het bos blijkt dat de regen van vandaag haar sporen heeft nagelaten en de op het oog snelle route door het bos blijkt te ontaarden in een ouderwets potje modderploegen. Gelukkig zit de aanhanger niet al te diep in de drek en met hulp van vader krijgt Pim die in ieder geval nog redelijk op tijd in Veldhoven.
Twan en ik hebben inmiddels Ben ingeladen en Joris en Linda hebben uit pure ellende dan maar zelf de auto genomen en Frans opgehaald. We ontmoeten elkaar op de plek waar Pim intussen de aanhanger naartoe gebracht heeft. Besloten wordt om de aanhanger aan de auto van Twan te hangen en met vier man alvast naar Oisterwijk te vertrekken zodat we nog enigszins op tijd kunnen beginnen met opbouwen. Joris en Linda zullen dan met Pim meerijden, wiens vader intussen het geluk heeft dat er een trekker voorbij komt die de nog in de modder vastzittende auto met gemak weet te bevrijden. We zien elkaar wel in Oisterwijk.
Twan beschikt gelukkig over een navigatiesysteem en hij blijkt zich prima op de trip te hebben voorbereid: hij heeft onze bestemming, de Molenstraat in Oisterwijk, al ingevoerd. Nu kan er toch echt niks meer mis gaan, denken we dan nog. Maar als HenkHenk ons na een klein halfuurtje vertelt dat we onze bestemming bereikt hebben, vragen wij ons toch af of het adres wel klopt. We staan namelijk tussen een voetbalvereniging en een camping, aan de rand van Moergestel en dat is een dorp náást Oisterwijk! Twan controleert het adres nog een keer, er staat toch echt “Molenstraat (Oisterwijk)”. Gelukkig weet Frans dat JC Demo vlak bij het station ligt. Nadat we Frans in elkaar hebben geslagen omdat hij dat niet eerder verteld heeft, verandert Twan de bestemming en kunnen we weer op weg.
JC Demo blijkt een gezellig jongerencentrum dat meer weg heeft van een kroeg dan de meeste jongerencentra waar ik ooit geweest ben. Het podium bevindt zich aan de achterkant van de ruimte en lijkt een verdieping lager te staan, waardoor je als bezoeker vanaf een soort balkon neer kunt kijken op de band. Is weer eens wat anders, publiek dat op de band neerkijkt in plaats van andersom. Om de boel enigszins in balans te houden ligt voor het podium ook nog twee meter dansvloer, wat dus nog lager ligt dan het podium. Mochten er nou mensen gaan dansen dan hebben wij in ieder geval ook nog iemand om op neer te kijken.
Door een vriendelijke medewerker worden we vervolgens meegenomen naar de backstage ruimte en het is maar goed dat die medewerker zo vriendelijk is om even mee te lopen want op eigen houtje hadden we het niet gevonden. We gaan vanuit de zaal een deur door, linksom trap op (pas op voor je hoofd!), linksom deur door, stukje doorlopen, nog een deur door (let op het opstapje!) en hèhè we zijn er. En het is echt een joekel van een backstage ruimte, die heb ik zelden zo groot gezien. We hebben een plattegrond nodig om de koelkast te vinden, zo groot. En ook nog eens van alle gemakken voorzien: een grote tafel met stoelen, verschillende banken, een tv (die we overigens niet aan de praat kunnen krijgen) en een leesmap. En terwijl ik in een uiterst comfortabele bank de Donald Duck lig te lezen, ben ik de ellende met de aanhanger in de modder en de Molenstraat van Moergestel alweer lang en breed vergeten. Ik krijg zowaar weer zin om op te treden.
Het optreden zelf verloopt erg gezellig en sfeervol, ondanks het feit dat er niet zoveel publiek is. Maar die “niet zoveel” mensen blijken wel feest te kunnen maken. Ik vermaak me dan ook prima op het podium. Eén minpuntje is er wel: de plaatselijke rookmachine. Het wordt hoog tijd voor een rookverbod in de horeca, al was het maar om muzikanten te beschermen tegen rookmachines waarvan het knopje blijft hangen. Minutenlang staat dat apparaat rook te blazen, met als resultaat dat wij elkaar nog maar amper kunnen zien staan, laat staan dat wij het publiek zien of andersom. Even dreigt het optreden (letterlijk) de mist in te gaan maar gelukkig krijgt iemand van de organisatie het voor elkaar om het apparaat uit te schakelen waardoor wij toch door kunnen spelen.
Vanaf dan verloopt het optreden zonder problemen, en na twee keer een uur gezelligheid zoek ik moe maar voldaan de kolossale backstage ruimte weer op. Misschien zit er nog een extra Donald Duck in die leesmap…
Mark